17 november 2011 – Veehouder Wijnand de Wit in Benschop (gemeente Lopik) had nieuwbouwplannen en is altijd in voor nieuwe dingen. Het resultaat: een innovatieve vrijloopstal die gezien mag worden, ontworpen door architectenbureau Back McMaster. De familie De Wit heeft in de gemeente Lopik een familiebedrijf met 60 koeien. In het Groene Hart heeft het bedrijf een oppervlak van 40 hectare. De bouwkavel is 1,5 hectare groot. In de bestaande stal heeft De Wit al flink geëxperimenteerd om het dierwelzijn te verbeteren. Hij heeft momenteel een ligboxenstal, maar wil graag een vrijloopstal in het landschap. Andere eisen waren een natuurlijke ventilatie en zo weinig mogelijk verstoring van het landschap.
Back McMaster deed daarop eerst onderzoek naar hoe vrijloopstallen elders in de wereld worden gebouwd. Daaruit bleek dat de dakbedekking een belangrijk element is. Voor de onderbouw is het type bodem bijzonder belangrijk. Eén van de conclusies was dat het gebruik zo efficiënt mogelijk moet zijn en dat dierwelzijn belangrijk is. Belangrijke maatschappelijke elementen zijn verder het materiaalgebruik, de constructie, het benodigde grondverzet en de integratie in het landschap.
In overleg met De Wit werden meerdere typen ontworpen, in eerste instantie met een bedieningsstrook in een grote, organisch te ontwikkelen vrijloopstal met plaats voor 120 koeien. Uiteindelijk zijn de bedieningsstroken aan de buitenkant gesitueerd.
Drie zones
Een belangrijk element is het grondverzet. Alles in beton storten zou met veel grondverzet en daarmee met meer CO2-emissie gepaard gaan. Het streven was daarom naar een ontwerp dat met zo weinig mogelijk grondverzet en daarmee impact op het landschap kan worden gerealiseerd.
Het ontwerp voorzag eigenlijk van meet af aan in drie zones: een bedieningszone, een vreetzone en de vrijloopstal zelf. Het streven om zo weinig mogelijk beton te storten in het Groene Hart, leidde er uiteindelijk toe dat zo weinig mogelijk wordt verhard: ten opzichte van de eerste plannen wordt circa 1.000 m2 beton minder gestort, wat goed is voor het milieu.
Om die reden werd ook voor houtskeletbouw gekozen. Hout past in een eeuwenoude traditie en heeft, bijvoorbeeld wat de CO2-uitstoot betreft, veel minder impact op het milieu dan het gebruik van staal en/of aluminium. Dat geldt ook voor de dakbedekking. Gekozen is voor een licht, transparant, PVC-gecoat doek dat heel goed tegen zware temperatuurstommelingen kan en lichttransparant is.
Wat het dak betreft werd in het ontwerp aanvankelijk aangestuurd op twee hellingen met natuurlijke ventilatie in de vorm van dwarsventilatie en bovenventilatie. Probleem was dat er veertig meter moest worden overspannen. Dat bleek moeilijk te realiseren vanwege de krachten die de wind kan uitoefenen. Uiteindelijk werd dat ondervangen met twee ruitmotieven, die de grote overkapping wel van wel genoeg stevigheid voorzien.
Voldoende zicht
De inzet was van meet af aan integratie in het landschap. Waar plaats je zo’n grote stal? De structuur garandeert voldoende zicht op het achterliggende landschap. De stal mag bovendien gezien worden en hoeft niet afgeschermd te worden. De gemeente wil het lint liever open houden, maar in overleg met De Wit is de nieuwe stal schuin achter de boerderij geplaatst. Het vormt het uithangbord van het bedrijf en toont aan dat stallen ook op een heel andere manier gebouwd kunnen worden. De wei ervoor wordt op die manier ook optimaal benut. De bouwkavel van 1,5 hectare wordt niet overschreden, maar wel een stuk verplaatst.

